Minder zout, meer kans op hartziekte

2010-05-10 — DOOR FRANK DEMETS

Onthutsende studie van Belgische wetenschapper zorgt voor heftig protest in de VS.

JAN STAESSEN (KU LEUVEN): Iedereen gaat er al jaren van uit dat zout eten de bloeddruk verhoogt. Niemand wil horen dat het tegendeel waar is.

LEUVEN ‘Wie minder zout eet, loopt een groter risico op hart- en vaatziekten.’ Dat is de onthutsende vaststelling bij een onderzoek dat een Leuvense arts in een gezaghebbend Amerikaans wetenschappelijk tijdschrift publiceerde. De medische wereld heeft namelijk jarenlang aangenomen dat zout eten de kans op hartziekten groter in plaats van kleiner maakt.

“Te veel zout blijft gevaarlijk voor hartpatiënten en mensen met een hoge bloeddruk, maar er is geen enkele aanwijsbare reden om het zoutverbruik van een hele bevolking terug te schroeven”, zegt Jan Staessen, hoogleraar en afdelingshoofd van het Centrum voor Hypertensie van de KU Leuven.

Staessen kwam samen met enkele Poolse collega’s tot dat besluit na een extensief onderzoek naar de gevolgen van zoutverbruik bij 3.700 Europeanen. De resultaten van die studie werden gisteren gepubliceerd in het gezaghebbende wetenschappelijke Journal of the American Medical Association.

Staessen en zijn team brachten bij hun testpersonen – mensen tussen de 20 en de 80 jaar, met een gemiddelde leeftijd van rond de 40 – het zoutgehalte in de urine en de bloeddruk in kaart. In sommige gevallen zelfs over een periode van acht jaar.

De onderzoekers concludeerden verrassend dat wie gemiddeld 1 theelepel zout per dag inneemt, niet beter beschermd is tegen verhoogde bloeddruk dan wie elke dag 2,5 theelepel zout slikt. Of, erger nog, dat de gematigde gebruikers meer dan dubbel zo vaak met hartkwalen af te rekenen krijgen dan de fanatiekste zoutverbruikers. “ Wie weinig zou eet, loopt meer risico op cardiovasculaire problemen”, zegt Jan Staessen.

Die conclusies liggen zwaar onder vuur in de VS. De overheid probeert daar namelijk al een tijdje het zoutverbruik van haar bevolking, en van de kennelijk zoutgevoeliger zwarte bevolking in het bijzonder, te halveren tot minder dan 1,25 gram per dag. De regering zwaait daarbij met studies die beweren dat die beperking de Amerikaanse gezondheidszorg elk jaar 18 miljard dollar aan kosten zou besparen.

Staessens onderzoek doet dat beleid als klinkklare nonsens af. “Als de beperking van het zoutverbruik een geneesmiddel zou zijn, had het nooit de goedkeuring gekregen van de Food & Drug Administration (de FDA, de Amerikaanse medicijnenwaakhond)”, zegt Staessen laconiek. Volgens uw Amerikaanse collega’s snijdt uw studiewerk geen hout. Uw gegevens zijn niet extrapoleerbaar, zeggen ze, en bovendien heeft u te weinig meetgegevens.

Staessen: “Die kritiek houdt geen steek. We hebben onze steekproef opgedeeld, en er blijken nauwelijks verschillen tussen de leeftijdscategorieën te bestaan. Onze conclusies vallen dus perfect toe te passen op álle Amerikanen van blanke, Europese afkomst. Op het gros van de Amerikaanse bevolking dus. De studies die aantonen dat zwarten gevoeliger zijn voor de gevolgen van zoutgebruik, zijn bovendien op minder gegevens gestoeld dat het onderzoek dat wij gevoerd heben.” Hoe verklaart u dan de heftige reacties tegen uw onderzoeksresultaten in de VS?

“Geschiedenis. Iedereen gaat er al jaren van uit dat zout eten de bloeddruk verhoogt. Niemand wil horen dat het tegendeel waar is. Toen we ons artikel ter publicatie aanboden aan het Journal of the American Medical Association , kwamen er twaalf bladzijden commentaar. Twaalf! We hebben elke opmerking beantwoord, of aan de hand van bijkomende analyses weerlegd. Dat de redactie het artikel toch publiceerde, bewijst dat we ons werk hebben gedaan.” En dat de volkswijsheden over zoutverbruik in feite nergens op slaan.

“We ontkennen niet dat het terugschroeven van het zoutverbruik bloeddrukverlagend werkt bij patiënten die met hypertensie ( verhoogde bloeddruk, FD) sukkelen. We menen wel dat het effect niet naar de hele bevolking veralgemeend mag worden. Daar willen we consumenten over informeren. Ik hoop daarom dat ons onderzoek niet in dovemansoren valt, maar tot nadenken stemt.”

Bron: De Morgen (BE)

Neem contact met ons op
Jan Staessen
Jan Staessen, hoogleraar en afdelingshoofd van het Centrum voor Hypertensie van de KU Leuven